Spel als vrije ruimte

In mijn hoofdvraag ‘Hoe behoud ik het spel in een efficiënte wereld’ zitten twee elementen. Het eerste deel gaat over ‘spel’. Het tweede deel gaat over ‘een efficiënte wereld’. Om het spel concreter te definiëren, onderzoek ik wat dit voor mij inhoud. Ik concludeer dat ik met spel ‘play’ bedoel. Dit draait om de vrije ruimte waarin ik kan onderzoeken, experimenteren, falen en ontdekken. Veel van mijn informatie over dit onderwerp haal ik uit de bronnen van Johan Huizinga die het boek Homo Ludens (de spelende mens) schreef. Filosoof Elize de Mul (2019) schrijft over het boek Homo Ludens:

“Huizinga koppelt het puerilisme aan moderne technologieën die onze nooit verzadigde behoefte aan banale verstrooiing, de zucht tot grove sensatie en de lust aan massavertoon op snelle – maar tijdelijke wijze te bevredigen” (De Mul, 2019, pp.10).

Dit gevoel, dat het spel verloren raakt door constante afleidingen van technologieën, merk ik zelf ook. Wanneer ik echt wil opgaan in het spel, zal ik ergens moeite in moeten steken en mijn volledige aandacht erop moeten richten.